De maatschappelijke opgave

Het beeld is gemengd.
De vragen blijven.

De problemen bewegen niet allemaal dezelfde kant op. Dakloosheid nam na 2022 toe, na een eerdere daling. Sterke eenzaamheid ligt de laatste jaren rond hetzelfde niveau. De nieuwe instroom in geregistreerde problematische schulden daalde tussen de peiljaren 2024 en 2025. Dat neemt de omvang van de problemen niet weg. [17] [18] [37]

Sterk eenzaam, mensen van 15 jaar en ouder

20198,7%
202111,0%
202210,7%
202310,8%
20249,8%
202510,1%

Schaal: 0–15% · Nederland · Voor 2020 is geen meting beschikbaar.

CBS, Sociale samenhang en welzijn. Personen in particuliere huishoudens. Sinds 2021 ongeveer stabiel; kleine jaarverschillen betekenen niet vanzelf een betekenisvolle verandering. [17]

Daarnaast voelde 29,7% zich in 2025 enigszins eenzaam. Deze categorie staat los van sterke eenzaamheid.

CBS: bekijk de volledige eenzaamheidsreeks ↗

Hoeveel huishoudens hebben problematische schulden?

PeildatumHuishoudensAandeel van alle huishoudens
1 januari 2024747.5608,9%
1 januari 2025724.1108,6%

Het totale aantal daalde in deze periode met 23.450 huishoudens. Dit is de geregistreerde schuldproblematiek op een peildatum; nieuwe instroom hierboven telt alleen nieuwe gevallen tussen peilmomenten. Een daling bewijst niet dat deze huishoudens door een buurtteam zijn geholpen. [41]

Rekenkamer: CBS-aantallen en percentages ↗

Deze cijfers beschrijven de omgeving waarin buurtteams werken. Om hun bijdrage te beoordelen zijn ook de hulpvraag, het bereik, de kwaliteit en de uitkomsten van de ondersteuning nodig.

Wonen · Nederland · 2020–2024

Dakloosheid:
van daling naar stijging.

Het CBS schatte begin 2024 33.000 dakloze mensen van 18 tot 65 jaar. Dat zijn er meer dan in 2022 en minder dan in 2020. Het gaat om mensen op straat, in bepaalde opvangsituaties of zonder eigen onderdak tijdelijk bij anderen. [37]

Geschat aantal op 1 januari

202036.400
202132.000
202226.600
202330.600
202433.000

Schaal: 0–40.000 mensen · 18 tot 65 jaar

Registers plus bijschatting. 2024 voorlopig; 95%-interval voor dat jaar: 30.100–37.300. [37]

CBS: aantallen en onzekerheidsmarges ↗
Twee jongvolwassenen zitten met reistassen in een trappenhuis
+24,1%

Meer geschatte dakloze mensen in 2024 dan in 2022.

−9,3%

Minder dan in 2020. De gekozen periode verandert het beeld.

68%

Verbleef in 2024 buiten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. [37]

30 per 10.000 inwoners van 18–64 jaar: zo drukt het CBS de omvang in 2024 relatief uit. Omgerekend is dat circa 0,30% van die leeftijdsgroep. [39]

De twee veranderingen zijn eigen berekeningen met de afgeronde CBS-schattingen. Het zijn geen percentages van alle inwoners.

Wie valt buiten deze cijfers?

Onder anderen minderjarigen, 65-plussers en mensen zonder geldige verblijfsstatus. De schatting is daardoor geen telling van iedereen zonder thuis. Nieuwere cijfers over geregistreerde opvanggebruikers meten iets anders en vormen geen vervolg op deze landelijke reeks. [38]

De vraag aan lokale ondersteuning: worden dreigende woonproblemen tijdig herkend, komt de juiste hulp op gang en is duidelijk wie het vervolg bewaakt? Huisvesting, inkomen, opvang en begeleiding vragen samenwerking. Een buurtteam bepaalt niet alleen of iemand een woning kan krijgen. [33] [43]

Welke rol heeft een buurtteam? ↗

Amsterdam · behoefte, bereik en resultaat

Wie krijgt hulp?
En wat verandert er?

In de Schuldenmonitor 2026 rapporteert 8% van de Amsterdamse inwoners van 15 tot 75 jaar problematische schulden in 2025. Binnen die groep is ook gevraagd naar ontvangen hulp. [40]

37%

ontving enige hulp bij de schulden, informeel of professioneel.

Onder mensen met zelfgerapporteerde problematische schulden.
14%

ontving schuldhulpverlening via Buurtteam Amsterdam.

Dezelfde doelgroep. Dit valt binnen het bredere hulpaanbod; tel de percentages niet op.

Het aandeel met enige hulp was 40% in 2021, 34% in 2023, 36% in 2024 en 37% in 2025. Dat vertelt iets over ontvangen ondersteuning, nog niet over de oplossing. [40]

Wie is hier precies geteld?

Een gewogen enquête onder Amsterdammers van 15 tot 75 jaar. Het gaat om schulden die zij zelf als problematisch ervaren, niet uitsluitend studieschuld. In 2025 beantwoordden 5.598 mensen het schuldvragenblok; de omvang van de subgroep bij deze hulpvraag wordt niet afzonderlijk vermeld. Deze definitie verschilt van de landelijke CBS-registercijfers. [40]

Schuldenmonitor: hulp ontvangen, pagina 11 ↗

Uitkomsten bij deelnemers aan schuldhulp

Het gemeentelijke jaarverslag meldt dat bij 61% van de deelnemers aan schuldhulpverleningstrajecten de problematische schulden in 2025 waren opgelost. In 2024 was dit 56%: een stijging van 5 procentpunt. [23]

Deze gemeentelijke indicator betreft deelnemers aan trajecten, niet alle inwoners met schulden. Bij de indicator staat geen absoluut deelnemersaantal of precieze afbakening naar start- of afsluitjaar. Het is een andere populatie dan die achter de 14%; deze cijfers mogen niet met elkaar worden vermenigvuldigd.

Jaarverslag: de resultaatindicator, pagina 205 ↗

Welke drempels ervaren mensen die nog geen hulp ontvangen, en hoe wordt gecontroleerd of een oplossing standhoudt?

Amsterdam · Utrecht · Rotterdam

Naast elkaar lezen.
Met de juiste betekenis.

Drie gemeenten publiceren cijfers over hun teams. Ze gebruiken verschillende definities. Daarom tonen we de ontwikkeling binnen iedere reeks en maken we er geen ranglijst van.

Gemeente en maat202320242025
AmsterdamVoor het eerst gestarte buurtteamondersteuning16.36711.88113.023
UtrechtUnieke cliënten Buurtteam Sociaal in het jaar10.3519.9369.476
RotterdamGemiddeld actieve wijkteamcasussen10.1459.90510.394
Wat verklaart de Amsterdamse verandering?

De gemeente noemt uniformere registratie als mogelijke verklaring voor een deel van de daling in 2024. Nieuwe starts omvatten bovendien niet alle korte contacten of alle al lopende ondersteuning. [22] [23]

Wat telt Utrecht?

Unieke cliënten van de volwassenenteams op basis van lopende casussen. De voorlopige waarde 2025 kan na de definitieve aanbiedersrapportage worden bijgesteld. Gezinnen bij Jeugd en Gezin vallen onder een andere rapportage. [24]

Wat telt Rotterdam?

Gemiddeld actieve casussen, volgens de toelichting van de gemeente. De tijdelijke wijkteamtaak rond preventie van huisuitzettingen beïnvloedt 2025. Een casus is geen telling van alle afzonderlijke personen die in het jaar contact hadden. [25]

Optellen of delen door de totale gemeentebevolking levert hier geen vergelijkbaar bereikpercentage op.

Helpt de ondersteuning?

Een percentage vraagt
om een duidelijke noemer.

Amsterdam: zelfstandig verder bij afsluiting

De gemeente publiceert het aandeel binnen een afgebakende uitstroomgroep met de registratie dat de Amsterdammer zelf weer verder kan. De vergelijkbare reeks is 70% in 2023, 68% in 2024 en 64% in 2025. Het cijfer voor 2023 is achteraf herberekend. [22] [23]

64% waarvan?

Van de omschreven uitstroomgroep. Uitstroom tijdens de start van een traject wordt uitgesloten. Dit betekent niet dat 64% van alle cliënten duurzaam is hersteld, schuldenvrij is of minder eenzaam is geworden.

De daling vraagt om uitleg over casemix, registratie en ondersteuning. De indicator alleen toont niet waarom zij optreedt of welk effect de hulp zelf heeft.

Utrecht: gezinnen vertellen over hun ervaring

Bij de bevraagde gezinnen in de rapportage over Jeugd en Gezin zegt 72% dat het beter gaat na hulp; 87% voelt zich goed geholpen. Dat is een positief signaal uit de enquête. Het is geen percentage van alle ondersteunde gezinnen. De noemer per afzonderlijke vraag staat niet vermeld. [36]

Amsterdam: 437 verhalen, verschillende perspectieven

Het onderzoek Halverwege de opdracht verzamelde 437 verhalen van bewoners, medewerkers en partners. Het beschrijft waardering voor ondersteuning én knelpunten rond capaciteit, rollen en samenwerking. De verhalen helpen begrijpen wat er gebeurt; ze vormen geen representatief tevredenheidspercentage. [9]

Opdracht · uitvoering · uitkomst

Leg de taak
naast het cijfer.

De lokale opdracht bepaalt wat een team zelf moet doen. In Amsterdam voert het buurtteam schuldhulptrajecten uit. Bij wonen, sociaal contact en aanvullende zorg zijn ook andere partijen nodig. [33] [42]

WerkterreinWat is gemeten?Welke vervolgvraag telt?
Geldzorgen vroeg herkennenAmsterdam: 82% van de vroegsignaleringsmeldingen leidde in 2025 tot contact, tegenover 81% in 2024. [23]De eenheid is meldingen; het resultaat is contact.Volgde passende hulp en werd erger voorkomen?
Tijdig in gesprekUtrecht: gemiddeld 7,6 → 7,9 → 9,3 dagen van nieuwe aanmelding tot keukentafelgesprek in 2023, 2024 en 2025. [24]Hoe lang wachten mensen daarna op uitvoering, en wie wacht veel langer dan het gemiddelde?
Wonen en dagelijks levenNederland: 30 per 10.000 inwoners van 18–64 jaar dakloos in 2024. [39]Een landelijke probleemmaat; geen prestatiemeting van een buurtteam.Hoe vaak is dreigend woningverlies voorkomen, en bleef de woonsituatie stabiel?
Contact en meedoenNederland: 10,1% van de 15-plussers sterk eenzaam in 2025. [17]Een landelijke probleemmaat; geen uitkomst van ontvangen hulp.Ervaart de geholpen bewoner later meer betekenisvol contact en deelname?
Zelfstandig verder kunnenAmsterdam: 64% in de omschreven uitstroomgroep kon volgens de registratie zelf verder in 2025. [23]Wat betekent dat per hulpvraag, en houdt de verbetering later stand?

Wat zit achter de langere wachttijd?

Utrecht noemt onder meer arbeidsmarktkrapte en meer aanvragen voor Beschermd Wonen dan voorzien. Ook de beschikbaarheid van een bewoner of mantelzorger kan meespelen. Volgens de gemeente worden spoedeisende vragen eerder opgepakt. Het gemiddelde zegt niets over de wachttijd van één persoon. [24]

Utrecht: wachttijd en verklaring ↗

Een goede verantwoording volgt de bewoner verder dan het eerste contact.

De ontbrekende vraag

Wie had hulp nodig
maar kreeg die niet?

Om te weten welk deel van de doelgroep wordt bereikt, moet de doelgroep eerst herkenbaar zijn afgebakend. Wie heeft welke behoefte? Welke mensen komen niet in de registratie voor? En wie haakt af terwijl het probleem blijft bestaan?

De hier verzamelde bronnen geven geen uniform landelijk percentage voor bereikt of duurzaam geholpen. Een landelijk totaal invullen zou een zekerheid suggereren die deze gegevens niet bieden.

  1. 01Worden wachtenden en mensen die afhaken meegeteld?
  2. 02Gaat het om contact, gestarte hulp of een merkbaar resultaat?
  3. 03Wordt ook later nagegaan of de verbetering standhoudt?